Meyers Manx II
De kunststof carrosserie, ook wel body, van de buggy bestaat uit glasvezel versterkt polyester,
kortweg polyester genoemd. Mijn exemplaar komt uit Engeland en is daar in volledige licentie
gefabriceerd. Is dat zou belangrijk dan? Ja, ik vind van wel. Ik heb aantoonbaar een authentieke
Manx, inclusief de uit Amerika afkomstige papieren en
registratie bescheiden
van Bruce en Winnie Meyers. Het type dat ik heb is een Meyers Manx II, het model met een volledig
vlakke achterzit (i.p.v. het voorgaande model met uitsparingen voor het reserve wiel en de accu)
welke vanaf september 1969 in California werd geproduceerd.
Verkooprechten
Echter, makkelijk ging dat niet! Na aanschaf in Engeland en bij het opvragen naar de papieren,
waaruit moest blijken dat ik een authentieke Meyers Manx gekocht had, kreeg ik een 'stress mailtje'
van Winnie Meyers uit Amerika, met de mededeling dat de betreffende Engelse producent
(
Mel Hubbard)
mij deze body NIET had mogen verkopen! De Engelsman had alleen 'verkooprechten' voor Groot Brittanië
en daarmee aan de ingezetenen van Groot Brittanië. Kortom niet aan andere Europeanen, zo hadden
de Meyers bepaald. Ik had de Manx kit bij de Franse dealer (Simili) moeten kopen. Enfin, wat een gedoe
om die Fransen te bevoordelen. Voor de Meyers is het om het even, zij ontvangen van beide partijen de
royalties en 'in the end' draait het daar allemaal om. Overigens, dat bij die Fransen is een verhaal
apart:
in 1998 was ik in Frankrijk met een stel buggy- en kevervrienden tijdens het
Super VW National weekend.
Na een flinke voorbereiding en contacten via voormalige ABC bestuursleden Peter en Ester Bos die Bruce
Meyers het jaar daarvoor in Amerika hadden ontmoet en gesproken, had ik met Bruce Meyers afgesproken
hem in Frankrijk te ontmoeten voor een uitgebreid interview voor het boek
De Buggy, onze Heilige Koe. De Fransen, waaronder organisator
Jacky Morel was ook op de hoogte van
onze afspraak. Voor niet ingewijden: Morel is VW liefhebber, verzamelaar, organisator, uitgever en bovenal
idolaat van Bruce Meyers.
Contacten tussen Morel en Meyers gaan terug naar begin jaren negentig van de vorige eeuw. Het is volledig de
credit van Jacky Morel dat Bruce Meyer uit de vergetelheid is gehaald en dat de Manx opnieuw razend populair
is in de VS, Frankrijk en Engeland. Soms heb je in het leven een zetje nodig en Morel kwam blijkbaar op het
juiste moment en gaf Meyers dat zetje (zeg maar gerust duw) in de goede richting. Bruce Meyers is in de
buggywereld nu een levende legende, i.p.v. alleen maar een naam onder een buggylogo of een vermelding in
de boeken als DE buggy innovator.
French Connection...
Jacky Morel is een verhaal apart. Soms is praten en afspraken maken met hem lastig. Hij kan ook zeer wantrouwend
zijn wat weer tot misverstanden lijdt. Hij vindt je aardig of niet. Kortom, hij is een Fransman. Eenmaal daar
kon ik het goed met hem vinden. Ik kon uren met hem lullen over buggy's. Ik had toen een gele Ruska Super en
in Morels uitgebreide privé verzameling stond een rode Ruska Super! Je begrijpt wel waar het gesprek
over ging... Het gezelschap waarin ik mij bevond werd uitgebreid met vrienden van Morel en van mijn reisgenoten
het Engelse echtpaar (tevens bekende VW kever adepten) Keith en Gwen Seume en met Eric Regnier, de eigenaar van
Simili, het bedrijf dat de Manx II kit in licentie voor Meyers in Frankrijk (en daarmee, blijkt dus later,
Europa) fabriceert.
En toen begon, wat ik dan maar zo noem, het misverstand. De Fransen wisten dus dat ik daar was voor het interview
met Bruce en dat ik een boek aan het schrijven was. Aangezien de communicatie, gezien de aanwezigheid van
Amerikanen, Britten en Hollanders, in het Engels ging en meneer Simili alleen maar Frans sprak, werd mijn
persoon verwisseld voor een ander. Een Engelsman die OOK een boek aan het schrijven was. Dit tot daar aan
toe, maar deze Engelsman was ook eigenaar van GT Mouldings. Die bleek in Frankrijk een slechte reputatie
te hebben als het ging om kopieren van andermans ideeen. En dan heb ik het uiteraard over buggy's en andere
glasvezelpolyester delen.
Toen ik vervolgens aangaf geinteresseerd te zijn in een Manx kit, liep het lieftallige meisje naar achter en
nam een norse Franse meneer het over. Om een lang verhaal kort te houden: ik kon GEEN Manx kit kopen. Ik was
die Engelsman. En als je dan probeert duidelijk te maken dat ik weliswaar een boek schrijf over buggy's, Bruce
Meyers enzo, en mij dat nog geen Engelsman maakt, wordt alles met het excuus weggewimpeld dat volgens mij
terplekke verzonnen werd: ik was geen Fransoos. Tja, daar houdt alle discussie op en rest ongeloof. Uiteraard
heb ik mijn ervaring daar ter plekke met Bruce gedeeld. Maar Bruce is geen zakenman en ik denk dat hij het ook
niet helemaal snapte wat die Fransozen nu precies zeiden en deden (en ze praten daar allemaal geen of beroerd
Engels). Ik had ook naar Winnie moeten stappen, ben ik later achter gekomen. Enfin, er werd niet ingegrepen en
ik had dus geen Manx.
Een Engelse (UK) Manx
Bij thuiskomst wilde ik wel eens weten wie die Engelsman was die mij zo onbedoeld dwars zat. Na wat contacten
heb ik hem een jaar later (in 1999) opgezocht. James Hale en ik zijn vanaf dat moment hele goede vrienden.
Via James vernam ik al snel dat ook in Engeland de Manx in licentie werd geproduceerd. Dat avontuur vindt zijn
oorsprong in 1997 waar Mel Hubbard en James Hale elkaar ontmoette. Vervolgens begon Mel in 1999 voor de Engelse
markt en in licentie autentieke Manxen te fabriceren. In licentie betekent dat originele mallen worden gebruikt
om de Manx kit, bestaande uit body, neus (keuze uit twee soorten), hardtop, sidepods te produceren en dit alles
onder auspiciën van de Meyers. Wanneer iemand zo'n kit kocht, kreeg hij of zij vanuit Amerika het licentie
nummer en de daarbij behorende
tags en emblemen.
En daarmee ben ik weer aan het begin van dit hoofdstuk. Ik moet er wel bij vermelden dat Mel Hubbard (overigens
uiterst sympathieke man) de Manx niet meer produceert. Op zijn eigen website zegt hij er niet veel over hoe dat
nu precies komt, zou ik overigens ook niet doen, want hij is, om met Maxima te spreken, 'een beetje dom geweest'.
Enfin, Hubbard is een absoluut talent m.b.t. het maken en vermaken van buggymodellen. Check zijn website, want
hij is weer 'back in business' en produceert nu zijn 'eigen ontwerp':
The Sidewinder. En als je nu heel goed naar die
Sidewinder kijkt, begrijp je misschien waarom de familie Meyers geen zaken meer met hem wil doen. Meer zeg
ik er niet over...
De bovenste foto in het linkerrijtje heb ik in de shop van Mel genomen. Hier ligt mijn Manx begin 2000 nog
als 'demo' in zijn shop. De kleur van mijn Manx is een beetje lastig. Het is geen oranje (hoewel dat wel op
de meeste foto's zo toont); het is een beetje een zalm/perzik kleur... Tja, wel apart. De kit kocht ik zoals
hij daar werd aangeboden, met een 'vaste' (standaard) buggy neus.
East Coast Manx
De Manx kit is in Engeland nu te koop bij
East Coast Manx,
geleid door Rob Kilham. Dan heb je alleen niet de 'authentic' versie (oftewel de versie die door Bruce Meyers wordt
erkend als origineel). Rob noemt de kit de 'Classic' Manx. Interessant is wel de prijs van deze kit vergeleken met
de Franse versie van de firma Plastac die je wel als 'authentic' koopt. Het prijsverschil kan echter zomaar op lopen
tot 2.000 euro of meer (wanneer je bijvoorbeeld geen hardtop koopt)!
Plastac Manx
Ga je naar Frankrijk, dan kost de officiële kit, compleet en inclusief alle tags en het serienummer,
4.250 euro.
Ja, dat is schrikken! Maar goed, het adres:
Plastac
Parc d'Entreprises
11 Rue Jacques Cassard
Legé Cap Ferret
France.
Legé Cap Ferret ligt ten westen van Bordeaux en vanaf Utrecht is het zo'n 1.200 kilometer rijden.
Eerst mailen? Dat kan naar
plastac.manx@laposte.net
Het is wel handig als je een woordje Frans spreekt, want iets anders (bijvoorbeeld Engels) wordt daar niet of nauwelijks gesproken!